Leve de grammatica!

Waarom moeten we dat kennen? Een legitieme vraag van leerlingen als je met hand en tand het verschil tussen een naamwoordelijk en een werkwoordelijk gezegde staat uit te leggen. Een zin correct kunnen ontleden levert geen onmiddellijk zichtbaar nut op. Je zegt niet “Ik (o)/ denk (pv)/dat ik van je hou (lv).//”  Je liefde verklaren is perfect mogelijk zonder.

Grammatica-onderwijs umsonst is onverdedigbaar. Leerlingen hebben terecht geen boodschap een set steriele regels en regeltjes die alleen maar omwille van zichzelf bestaan.

En toch pleit ik voor het behoud van grammatica-onderwijs, zowel in de moedertaal als in het vreemdetalenonderwijs.

Een goed inzicht in de opbouw van taal legt de rijkdom ervan bloot.
Laten we deze zin als voorbeeld nemen: Toen mijn ouders niet meer leefden ben ik in het huis gebleven. 1
Toen mijn ouders niet meer leefden is in deze zin een bepaling van tijd. De kale boodschap blijft perfect overeind als je die bepaling weglaat. Ik ben in het huis gebleven is een begrijpelijke en betrouwbare zin. Maar je kan meer vertellen, in dit geval wanneer je in het huis bent gebleven. Bovendien drukt toen mijn ouders waren overleden niet alleen een tijd uit maar bevatten die vijf woorden ook een dramatische gebeurtenis. Het zou zomaar kunnen dat een lezer zich afvraagt welke redenen de verteller had om thuis te blijven? De boodschap wordt veelzijdiger. Leerlingen die dit inzicht verwerven zullen allicht zelf al dan niet bewust hun taal verrijken.

Grammatica is ook een poging om een levend en voortdurend aan verandering onderhevig fenomeen als taal toch enigszins te systematiseren. Dat is onmisbaar om een vreemde taal te leren. De plaats van een zinsdeel met een bepaalde functie in een zin verschilt nogal eens van taal tot taal. Vergelijk ik denk dat ik naar huis ga met I think I will go home.  Je zegt niet: ik denk dat ik ga naar huis, maar voor een leerling NT2 kan dat perfect logisch klinken. In dit geval dient grammatica om uit te leggen hoe het hoort. Door de (functies van) zinsdelen te benoemen is dat eenvoudiger (sic) uit te leggen. Dat is meteen de tweede reden om grammatica-onderwijs niet zomaar af te serveren als een rondje nutteloos leerlingen lastigvallen.

Natuurlijk volstaat een functionele basiskennis van grammatica in het secundair onderwijs. Net als taal zelf is grammatica nooit helemaal af . Aan zijn uitersten is grammatica uitermate subjectief. In Taalnerdistan, aan de rand van het eindeloos uitdeinende en inkrimpende universum van regeltjes, ken ik een leuke kroeg.

De mosterd voor dit betoogje haalde ik onder andere bij Peter Arno Coppen, hoogleraar Vakdidactiek aan de Letterenfaculteit van de Radboud Universiteit Nijmegen. Een hoogst vermakelijke lezing van de professor vind je hier: https://youtu.be/JC1dfDhRScs

1 De zin komt uit het boek De Wereld van Paul Verrept:
Verrept, P. (2017). De Wereld (1ste editie). Wielsbeke: De Eenhoorn,

 

 

 

 

 

 

 

 

Posted in Portfolio 2019 2020, Uncategorized | Leave a comment

#2

We lagen in een bed. Te krap.
Alle hoofdsteden van de wereld
uit het blote lijf te kennen.
In drie ervan waren we al geweest.
Minstens drie ervan stonden nog op ons lijstje.

Antananarivo! Antananarivo! Antananarivo!

Als de kamer te koud werd kropen we
dichter bij mekaar. ‘s Zomers deden we alsof.

We huisden en verhuisden. We hingen vluchtige posters op.
We lijstten ons lijstje in.

We lagen als de landschappen.
We droomden vooral onszelf.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

In Nerdistan is het fijn toeven

Soms schrijven blogposts zichzelf. Op Facebook en al. In een taalgroep. Een gesprekje. Ik ben niet zo van de screenshots, dus ik heb het voor u een beetje bewerkt. Taal- en tikfouten zijn voor rekening van de deelnemers. (Wees iets strenger voor Groucho, die ken ik erg goed.)

ab7622fd5d975090a21cc97e6fa57b59

foto: rr

Groucho:
Een vraagje voor de liefhebbers van zinsontleding: Noem je dat bord schoon? Schoon kan een bepaling van gesteldheid zijn, maar we overwegen ook om NOEMEN te lezen als en koppelwerkwoord, en dan wordt SCHOON het naamwoordelijk deel van een NWG. Maar hoe benoem je dan DAT BORD?

Harpo:
laten we het niet nodeloos moeilijker maken dan het hoeft te zijn: er is maar een eindig, beperkt groepje koppelwerkwoorden, en daar zit noemen niet bij.

Groucho:
Klopt natuurlijk. Ik wil de dingen ook graag zo eenvoudig mogelijk maken, maar niet eenvoudiger dan dat. De redenering in onze klasgroep was dat, hoewel noemen in strictu sensu de betekenis ‘een naam geven’ heeft, en dus bezwaarlijk een koppelwerkwoord kan zijn, hier nog iets anders speelt. Schoon is immers niet de naam van het bord, maar een eigenschap. Het bord heet niet schoon. Dan zou noemen met wat verbeelding een vervangend koppelwerkwoord kunnen zijn.
Als ik er morgen in de klas mee aan de slag moet hou ik het wel op een bepaling van gesteldheid.

Zeppo:
Beangstigend: ik werd ooit met grote onderscheiding lic. geaggr. Wijsbegeerte en Letteren, Romaanse filologie (KUL-UCL, 1969), maar heb me nooit moeten bezighouden met dergelijke nutteloze haarklieverij! TERUG NAAR DE FUNDAMENTEN!

Groucho:
Ik MOET mij daar strikt genomen ook niet mee bezighouden hoor, ik vind het gewoon fijn om over na te denken. #spielerei.

Zeppo:
Ge moogt u van mij bezighouden met alles wat gij wilt: het is de vrijheid van de kinderen Gods! Wat mij enigszins beangstigt, en vandaar mijn reactie, is dat gij melding maakt van “de redenering van uw klasgroep”. Lieve hemel: breng in klassen toch taal en cultuur aan bod (“moeilijke leerlingen” zingen zelfs nog graag): als dat boeiend gebeurt, is het zo verrijkend en zo onvergetelijk schoon. Filosoferen in het luchtledige over “wat klopt en niet klopt”? Tenzij ze daar nu nog wachten tot de Sint op de deur klopt…

Groucho:
Voor alle duidelijkheid, de klasgroep waarvan sprake is een klas in de lerarenopleiding, voor het vak Nederlands. Zinsontleding UMSONST hoeft voor mij ook niet in het secundair onderwijs hoor. Een goede functionele basis volstaat. Laat bovenstaande spielereien maar over aan taalnerds zoals mezelf.

Zeppo:
Ik mocht les volgen aan de KUL-UCL van hoogstaande, internationaal erkende linguisten, zoals prof. J. Hanse en de onlangs overleden A. Goosse (auteur van de “Bon Usage”). Aan “spielerieen” hebben we met hen nooit moeten/mogen doen. Wel vroegen ze ons te doen zoals zij: steeds een steekkkaart en een stift op zak te hebben. Om te noteren (met de nodige referenties) wat we als “eigenaardig” of “nieuw” noteerden bij onze bezoeken aan winkels en tijdens onze wandelingen, maar ook natuurlijk in onze lectuur: literatuur, dagbladen, enz. Bedoeling was om de nieuwe tendenzen in de evolutie van de taal (spraakkunst, woordenschat) op te sporen en dan tijdens de colleges te delen en te bespreken.
Filologie is de studie van mensentaal, niet van spelen met begrippen om de begrippen zefl! Niet verwonderlijk dat leraren die met dergelijke zaken worden beziggehouden in hun opleiding, elk contact met het levend, bruisend jong geweld verloren zijn…

Groucho:
Ik ben het met u eens hoor. We benaderen taal, gesproken dan wel geschreven, best als levend, bruisend, onderhevig aan veranderingen en een onuitputtelijke bron van schoonheid. Een analytisch begrippenkader dat alleen maar bestaat omwille van zichzelf en zo van alle functionaliteit is ontdaan steriliseert de taal alleen maar. Gelukkig is dat ook de visie die de lerarenopleiding die ik volg onderschrijft.
In Nerdistan daarentegen is het af en toe gewoon plezierig om een zinnetje als ‘noem jij dat bord schoon’ grondig te fileren.
Hartelijke groet

Posted in Portfolio 2019 2020, Uncategorized | 1 Comment

Ongelijk, ongelijker, ongelijkst

‘Gij zult een opinie hebben!’

Op 3 december zijn de resultaten van het pisa-onderzoek bekend gemaakt. De resultaten zijn verschenen in een voor het Vlaams onderwijs al woelige periode. De langverwachte brede eerste graad wordt in twijfel getrokken, niemand weet precies wat er met het m-decreet gaat gebeuren, het lerarentekort hangt als een zwaard van Damocles boven het onderwijslandschap. Een kat vindt haar jongen niet meer in de stortvloed van opinies en opinietjes die verschenen zijn. Zowat iedereen in Vlaanderen die van ver of dichtbij met het onderwijs te maken heeft gaf blijk van mededelingsdrang.

Open de haakjes. Estland en Ierland zijn de nieuwe gidslanden. Sommige van die commentatoren dromen luidop van het Estse en Ierse model, maar gaan eraan voorbij dat onderwijsbeleid geen kwestie is van knippen en plakken. Sluit de haakjes.

Een hefboom

Pisa onderzoekt veel meer dan de leesvaardigheid en de wiskunderesultaten van onze leerlingen. In een ideale wereld is onderwijs het instrument bij uitstek om sociale ongelijkheid aan te pakken. Pisa meet dit ook. Van de resultaten word ik niet bepaald vrolijk. Blijkt dat in bij ons ‘veel meer dan in andere landen je sociaal-economische status bepaalt in welke studierichting je terechtkomt.’

Kansarme kinderen zijn oververtegenwoordigd in het beroepsonderwijs, en worden vaker nodeloos doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs. Die segregatie begint vaak al op heel jonge leeftijd.
Aan de basis hiervan ligt volgens mij een hardnekkige negativity bias en een gebrekkige inspraak van ouders.  Een zee van talenten en kansen gaat zo verloren.

Matheus 25: vers 29

Want aan ieder die heeft zal gegeven worden, zelfs in overvloed gegeven worden; maar wie niet heeft; hem zal ontnomen worden zelfs wat hij heeft.

Lees: ook in het onderwijs speelt het Matheuseffect. Leerlingen die met minder kansen starten krijgen minder kansen, leerlingen die goed gewapend aan hun onderwijsloopbaan beginnen krijgen meer mogelijkheden.

Alles is politiek

Er zijn nochtans beleidskeuzes gemaakt in het Vlaamse onderwijs die een positief effect zouden kunnen hebben. Het GOK-beleid bijvoorbeeld, en het M-decreet. Ides Nicaise haalt in een artikel uit het winternummer van Mo*magazine ook de brede eerste graad als speerpunt van de onderwijshervorming aan. In een beweging neemt Nicaise het heersend politiek klimaat op de korrel.

“De hervorming was gedoemd om te mislukken, want de N-VA en in mindere mate de liberalen zijn met volle kracht op de rem gaan staan. Het nieuwe regeerakkoord keldert de hoop op een volwaardige brede eerste graad.”

Onderwijs is een tanker die zich niet zo snel laat keren. Onderwijshervormingen hebben tijd nodig om vruchten af te werpen.

Twee alinea’s verder klinkt het zo:

“De overheersende politieke strekking op dit moment houdt vast aan sociale segregatie en vindt ongelijkheid onbelangrijk.”

Ik vrees dat hij wel eens gelijk zou kunnen krijgen. Het onderwijsluik van het Vlaamse regeerakkoord is lijvig, maar neemt bovenstaande maatregelen op de schop zonder concrete alternatieven. (Weten we intussen al iets van het begeleidingsdecreet? ) Het zou mij niet verbazen als we een aantal jaren van pappen en nathouden krijgen.

https://www.mo.be/analyse/gelijke-kansen-apart-onderwijs-voor-rijk-en-arm

https://www.mo.be/analyse/onderwijs-wist-sociale-verschillen-niet-uit

https://www.klasse.be/70738/pisa-onderzoek-5-belangrijke-conclusies/

Het Vlaams regeerakkoord kan je hier downloaden.

 

Posted in Portfolio 2019 2020, Uncategorized | Leave a comment

Over ‘en ik dan’ van Luc Descamps

Recensie

22355-1

 

Emma krijgt voor haar veertiende verjaardag een bijzonder cadeau. Haar vader, die ze de afgelopen zeven jaar nauwelijks gezien heeft, neemt haar mee voor een roadtrip in de Verenigde Staten. Tegen die achtergrond krijg je als lezer een verslag van een hernieuwde kennismaking tussen de vader, en Emma, die al lang niet meer het kleine meisje is waar de vader haar voor houdt.

De niet ingeloste verwachtingen die de twee  van elkaar hebben moeten zorgen voor wat spankracht en diepgang in het boek. Je zal maar veertien dagen hotelkamers delen met je vreemde vader, je zal maar in het ongewisse zijn over de leefwereld en de interesses van je vreemde dochter.

Op zich is dat een prima uitgangspunt, maar ik werd niet warm of koud van dit boek. Descamps portretteert de vader als een goedbedoelende maar erg onzekere neuroot met een hypochondrisch trekje. Dat is  allemaal vermakelijk, maar verwatert snel tot een karikatuur. De vierde machteloze driftbui van de vader over verloren geraakte bagage is er een te veel. Een hyperbool van tweehonderd bladzijden: de overdrijving overdreven.

Emma tackelt het gedrag van haar vader met eigenwijze humor en pit, Ik moest er zowaar af en toe om glimlachen. Jammer dus, want als Descamps meer body had gegeven aan de interactie tussen de twee had dat best wat vonken kunnen geven. Nu is die interactie wat ondergesneeuwd en lees ik toch een beetje teveel twee afzonderlijke portretten.

De spoeling is een beetje dun.

Descamps, L. (2017). En ik dan? Kalmthout: Van Halewyck.

 

 

Posted in Portfolio 2019 2020, Uncategorized | 1 Comment

Over The Hate U Give van Angie Thomas

hate-u-give-1-1200x779

Overkomt u dat ook wel eens? Je leest een boek over een bepaald thema en je blijft daar nog een paar boeken in hangen? Mij wel. Ik heb afgelopen zomer In cold blood van Truman Capote herlezen,  en daarna To kill a mockingbird van Harper Lee, twee klassiekers over de spanningen tussen de zwarte en de blanke gemeenschappen in de Verenigde Staten in de jaren veertig van vorige eeuw.  The Hate U Give illustreert dat die georganiseerde segregatie nog doorwerkt in de eenentwintigste eeuw.

Black lives matter

Als een blanke agent haar jeugdvriend neerschiet krijgt de zwarte tiener Starr niet alleen een emotionele klap te verwerken. Ze is de enige getuige en de druk van de buurt en de black lives matter-beweging om te getuigen en op de barricaden te staan wordt al maar groter. Wat ze zegt, of juist niet zegt kan verstrekkende gevolgen voor haar leven hebben.

Een zoektocht naar identiteit

Starrs zoektocht naar haar identiteit is een centraal thema in het boek. Haar familie is redelijk succesvol. Starrs vader heeft heeft een verleden als bendelid en drugdealer maar is, bij gebrek aan beter woord, gelouterd uit de gevangenis gekomen en baat nu en winkel uit in de buurt. Haar ouders hebben haar naar een dure witte school gestuurd. Ze moet voortdurend schipperen tussen school-Starr, waar ze cool is omdat ze zwart is,  en thuis-Starr, die moet bewijzen dat ze geen bounty is. Ze is voortdurend met zichzelf en haar omgeving in conflict.

Er zitten veel kleuren tussen zwart en wit.

Dat veel van de nevenpersonages zich ook op de ongemakkelijke scheidingsmuur tussen blank en zwart moeten handhaven maakt het verhaal nog genuanceerder. Twee voorbeelden.

Dit moet je weten: de protesten die uitbreken na de moord op Khalil zijn in de eerste plaats gericht tegen de politie. Starrs oom, die een belangrijke rol speelde in haar leven toen haar vader in de gevangenis zat,  is niet alleen een van de weinige zwarten in een rijke buitenwijk, hij is bovendien politieagent.  Zijn loyauteit wordt zwaar op de proef gesteld, in alle denkbare richtingen.

Dat geldt ook voor de vader. Anders dan veel van zijn lotgenoten is hij wel voldoende bemiddeld om weg te trekken uit de wijk, en zijn kinderen een veiliger omgeving te bieden, maar hij twijfelt. Zijn loyauteit aan de wijk en de mensen die er moeten wonen haalt het. Het engagement van de vader gaat ver: hij neemt een jongen die bedreigd wordt door een bendeleider in bescherming.

Nuance

Net door het hoofdpersonage in twee schijnbaar onverzoenlijke werelden te laten bestaan slaagt  Thomas erin veel nuance te bieden. Ze spaart de kortzichtigheid van de blanke rijkeluiskinderen niet, maar laat niet na de vinger op die andere zere wonde te leggen: het geweld van de bendes, het drugsgebruik, de armoede. Ze doet dat zonder ook maar een moment te veroordelen.

Thuglife

Op de imposante borstkas van Tupac Shakur, dat is een rapper, ik heb het moeten opzoeken, staat thuglife getatoeëerd. Dat is een acroniem voor The Hate U Give Little Infants Fucks Everything. Daar heb je de titel, en meteen ook een tweede belangrijk motief in het boek: haat en geweld leidt tot meer haat en geweld. Na de bekendmaking dat de politieagent niet vervolgd zal worden voelt  Starr ook een aandrang om deel te nemen aan de rellen.  “Ik wil iets kapotslaan, het maakt mij niet uit wat.” Ze ziet uiteindelijk af van geweld, maar spreekt wel.

Open de haakjes. Starr heeft een vriendje. Een blank (!) vriendje. Die is erbij als de rellen uitbreken. Dat levert een bitterkomische scene op. Ik hield erg veel van die passage in het boek. Sluit de haakjes.


In de klas.

Ik begin mijn ontdekkingsreis in de jeugdliteratuur steeds leuker te vinden. Met dit boek wil ik onmiddellijk in een klas aan de slag.
Het thema levert instant spreekoefeningen op, je kan er stellingen uit distilleren om de leerlingen te laten debatteren,  allemaal niet onbelangrijke elementen uit de eindtermen. Je kan het net zo goed gebruiken om tijd, ruimte, personages en vertelstandpunten mee te verduidelijken.

Ik heb zelf een paar keer raad gevraagd aan tante Google terwijl ik het boek las. (Tupac, Emmet Till, Black Jezus-beweging….). Er staan nogal wat culturele en historische referenties in die allicht voor tweedegraadsleerlingen nieuw zijn. (Black Panthers, Nation of Islam, Malcolm X, Martin Luther King.) Ideale onderwerpen om leerlingen informatie over te laten verzamelen. Je werkt aan mediawijsheid EN  Je hebt zomaar een schrijfopdracht.

Meer vind je hier

Posted in Portfolio 2019 2020, Uncategorized | 1 Comment

Iedereen mediawijs

Mediawijsheid is in de nieuwe eindtermen ingeschreven als een zogenaamde transversale sleutelcompetentie. Zowel de leerlingen uit de A-stroom als die uit de B-stroom moeten die competentie verwerven. Het vrij onderwijs heeft deze sleutelcompetenties opgenomen in het gemeenschappelijk funderend leerplan. Je kan dat hier raadplegen.

canstockphoto19874494_0

De lessen Nederlands, en bij uitbreiding andere taalvakken zijn uitstekende werven om aan mediawijsheid te werken. Taal hangt immers zelden zomaar in de lucht. Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de leefwereld van de leerlingen is het van belang authentieke taalbronnen te gebruiken. Die bronnen bevinden zich steeds meer op digitale platformen.

In FONS 9, september 2019 suggereert Annelene Timmermans een drietal hapklare werkvormen om in de les Nederlands aan de slag te gaan met mediawijsheid. Je kan er zonder veel moeite mee aan de slag.

Ik onthoud toch vooral deze suggestie: grijp elke kans aan om leerlingen kritisch te laten denken, maar wel zonder belerend vingertje. Het is namelijk niet wat leerlingen denken dat van belang is, maar wel hoe ze omgaan met de informatie die hen bereikt.

Open de haakjes. Laat de leerlingen eens een krantenartikel vergelijken met de reacties erop. HLN.be is een haast onuitputtelijke bron. Ja kan er zomaar een les over verschillende taalregisters uit putten. Je kan er ook een schrijfopdracht aan koppelen. Sluit de haakjes.

De belegen term win-win situatie is hier op zijn plaats. Door gebruik te maken van taalbronnen uit de (sociale) media werk je met je leerlingen niet alleen aan taalvaardigheden (lezen, luisteren, schrijven, spreken), maar kan je hen meteen ook met een kritische blik naar die teksten laten kijken. Iedereen mediawijs.

https://tijdschriftfons.be/recentste-nummer/

https://mediawijs.be/dossiers/mediawijs-beleid/memorandum-2019-digitaal-en-mediawijs-vlaanderen

 

 

Posted in Portfolio 2019 2020, Uncategorized | 1 Comment

Schakeljaar

 

In het onderwijslandschap is het zelden rustig. Onderwijsinstellingen op alle niveaus krijgen de ene na de andere hervorming na de andere te slikken. Dat is op zich niet slecht, als die hervormingsdrang voortkomt uit voortschrijdend inzicht, en leidt tot een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, maar vaak komen die voorstellen uit de koker van politici die kost wat kost hun stempel willen drukken en maar al te graag ballonnetjes oplaten.

De hogescholen en universiteiten stellen vast dat steeds minder studenten in het voortgezet onderwijs hun studies afmaken binnen een redelijke termijn. Er circuleren veel cijfers, de KUL spreekt van een op drie studenten die volledig slagen in hun eerste jaar. Dat stelt het al zwaar beproefde onderwijs natuurlijk voor problemen.
De nieuwe minister van onderwijs Ben Weyts wil daarom voor ASO-leerlingen een zogenaamd schakeljaar inrichten, waarin leerlingen beter voorbereid worden op hogere studies, om zo de slaagkansen te verhogen. Dat is een nobel streven, al is het idee niet zo bijzonder origineel: in het BSO en het TSO bestaat dat systeem al heel lang. Bovendien zijn er al scholen die een schakeljaar of naamloos jaar aanbieden. Dat schakeljaar zou geen voorwaarde zijn om hogere studies aan te vatten en de organisatie ervan zou volledig ingekanteld zijn in het secundair onderwijs.

Je kan je bij het voorstel van de minister toch wel een paar vragen stellen. Er zit immers een vreemde kronkel in. De minister wil de langere studieduur aanpakken door de studieduur te verlengen. Een hamer is niet het meest nuttige instrument om een schroef aan te draaien. Allicht zijn er effectievere maatregelen denkbaar binnen het secundair onderwijs. Meer trajecten op maat, een fijnmaziger aanbod, om er maar twee te noemen. Dat veronderstelt natuurlijk middelen. Het onderwijs op alle niveaus ligt onder vuur van besparingen, ik vraag mij met Elisabeth Meuleman (Groen!) af of in die context het inrichten van een extra jaar wel prioritair is.

Veel staat of valt met een degelijke oriëntering en studiekeuzebegeleiding. Ik denk dat het beste niveau om at te realiseren het secundair onderwijs is. Het is aan het beleid om de scholen hierin te versterken. Het staat hogescholen en universiteiten dan nog vrij om al dan niet bindende toelatingsproeven te organiseren. De bal ligt zo in beide kampen.

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/11/09/ben-weyts-wil-schakeljaar-na-secundair-onderwijs-hoger-onderwij/

http://www.veto.be/artikel/weyts-wil-zevende-jaar-na-aso-maar-dat-bestaat-al

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/11/14/opinie-hendricus-cornelis-vrenken-schakeljaar-secundair-onderwij/

 

 

Posted in Portfolio 2019 2020, Uncategorized | Leave a comment

Vallen

img14021_236

Hit & Run

Denkoefening: de weekendbijlage van De Standaard schotelt iedere week een creatieve medemens een dozijn standaardvragen voor. (No pun intendended.)  Als u het verleden zou kunnen veranderen, wat zou u dan veranderen?  Waar zou u op dit moment het liefste zijn? Wat is uw favoriete geur? Ook wel: Wat is uw meest onhebbelijke trek? Al duizend keer heb ik mij in de plaats van de interviewee gezet en mij afgevraagd of volharden in de boosheid een onhebbelijke trek is dan wel een kwaliteit.

Lemmingen

Ik heb woorden nodig. Ze bieden mij houvast. Ik heb mij opnieuw gewaagd aan een voorstelling zonder. Tegen beter weten in. Volharden. In de Warande spelen  Schweigman& en rietkwintet Calefax Val, een woordeloze voorstelling over de poëzie van het vallen.
Het eerste deel is een feest voor het oog. Het duurt lang voor er iets te zien is. Een kwartier lang is de zaal in complete duisternis gehuld. Pas dan komen er beelden. Langzaam vallende lichamen, traag bewegende lichamen die hoog boven de scene kronkelen. Theater als een galerij van abstracte, minimale beelden. Vorm en licht, niet veel meer dan dat. Uitgepuurd clair-obscur.
Bij gebrek aan woorden moet ik als toeschouwer zelf op zoek naar een het een of ander narratief. Dat komt er pas in het tweede deel, als de spelers niet meer in hun touwen hangen maar met beide voeten op scene staan. Opgejaagd door de muziek bewegen de spelers zich naar de vierde wand, en vallen er, letterlijk, over. Een traagzaam, zichzelf steeds herhalend ritueel. Niet op de blinde wijze van lemmingen. Mijn dochter maakt mij er na de voorstelling op attent dat de spelers elk een eigen manier van vallen kiezen. De afgrond, of de val zelf, schijnen niet alleen onweerstaanbaar te zijn, maar ook noodzakelijk. Ze kunnen niet anders.

Ik maak de dingen graag zo eenvoudig mogelijk, maar niet eenvoudiger. Je kan de voorstelling begrijpen als een onderzoekje naar de manier waarop we omgaan met tegenslag, en hoe we daar mee omgaan. De val als eerder banale metafoor voor de accidents de parcours in het leven. Zo iets.

Ik lees het liever zo. De noodzaak waarmee de spelers vallen legt een ander mechanisme bloot: dat van valvrees.  Hoogtevrees is een gezonde reflex die je beschermt tegen roekeloos gedrag. Valvrees is heel wat irrationeler. Valvrezers zijn in de eerste plaats bang van zichzelf.  Bang dat je nieuwsgierigheid naar de sensatie van het vallen, de onweerstaanbare aantrekkingskracht van de diepte, het zal halen van puur lijfsbehoud. Bang dat je zal springen.

Ondanks de minimale scenografie en het gebrek aan woorden heb ik als onervaren toeschouwer meer dan genoeg kapstokken om geboeid te blijven kijken.

Calefax

De muziek van Calefax is het echte stollingsmiddel van de voorstelling. Wat! Een! Feest!
Dat laat zich niet uitleggen in woorden (sic), enkel illustreren. Een prachtige introductie vind je hier. En haast je daarna naar spotify! Continue reading

Posted in Portfolio 2019 2020 | Leave a comment

Slagroom

Over Otmars zonen.
Peter Buwalda schrijft een boek. Hij doet dat minstens even goed als Jeroen Brouwers.

buwalda.jpg

Een veelschrijver is Buwalda niet. Dit is nog maar zijn tweede roman. Zijn debuut ‘Bonita Avenue’ verscheen in 2010. Op Otmars zonen hebben we dus negen (9!) jaar gewacht.

Open de haakjes. Naar verluidt betaalde uitgeverij De Bezige Bij Buwalda al in 2006 een slordige 35.000 euro voorschot voor Bonita Avenue. Geen wonder dat de hype rond Otmars zonen de slagroombehandeling kreeg: lang genoeg opkloppen geeft het beste resultaat. De verschijning van het boek is tot twee maal toe met een paar maanden uitgesteld. De kranten stonden er vol van. Ik heb het boek na aanschaf uit balorigheid een paar weken ongeopend op mijn nachtkast laten liggen. Sluit de haakjes.

Buwalda gebruikt een beproefd recept: de twee hoofdpersonages zijn elkaars tegenpolen. Ludwig is een ruggengraatloze loonslaaf van een big oil company, Isabelle is een staalharde en op wraak beluste journaliste die heel ver gaat om de kuiperijen van die bedrijven te ontmaskeren. Een nagelaten romance tussen die twee doet de rest.
Buwalda vindt verrassende overeenkomsten in die tegenstelling. Hij verbindt daar  fundamentele vragen aan. Hoe ver kan je gaan voor je niet meer samenvalt met jezelf? Is er leven buiten je comfortzone? Wat gebeurt er als je persoonlijke en professionele motieven dichter bij elkaar liggen dan je voor mogelijk hield.

Buwalda spreidt die vragen uit over ruim zeshonderd bladzijden, en hij doet dat in een, bij gebrek aan beter woord, weergaloze stijl.  Recensenten vergelijken Buwalda’s stijl graag met Philip Roth en Jeroen Brouwers.

Ludwig slaagt er niet in om Isabelles liefde te winnen en brengt in haar afwezigheid uren door in haar studentenkamer. Buwalda laat dat zo klinken:

De weken erna bleef de verbodenheid van haar kamer aan hem trekken, het leek wel chocola, hij had geen verweer. Zeker toen hij vast begon te lopen, en Isabelle haar interesse liet varen. Ze liet een herfstige afkeer intreden, zo guur en waterkoud dat hij, moet hij toegeven, zijn botten alleen warm kreeg met rancune.

Twee regels verder gaat het zo:

Er werden geen gaatjes geboord; de ideale plek om aan zijn Linda Evans-masturbatieskills te werken was haar bed. Dat kreeg die bitch ervan.

Zelfs zonder context zijn dit zinnen waar ik gerust nog eens negen jaar op wil wachten. Er is hoop: de uitgeverij kondigt nu al twee vervolgdelen aan. Slagroom en al.

 

Posted in Portfolio 2018-2019, Uncategorized | Leave a comment